Normaal Groter Grootst

Pers

Verslag wetenschappelijke presentatie-middag 26 september 2007.

Prof. dr. H.W.M. Steinbusch (afdeling Neurowetenschappen Universiteit Maastricht):
Depressie is oranje knipperlicht voor Alzheimer en/of Parkinson

Het is nog altijd niet exact duidelijk welke factoren een verhoogde kans geven op het ontwikkelen van Alzheimer. Wel is gebleken dat mensen met Alzheimer of Parkinson gevoelig zijn voor depressie. Omgekeerd kan depressie daarmee een signaal zijn dat er iets mis is in de hersenen. Prof. dr. Steinbusch, hoogleraar Cellulaire Neurowetenschappen aan de Universiteit Maastricht wil vaststellen welk anti-depressivum de beste werking heeft, zodat voor ieder individu afzonderlijk de beste farmacotherapie kan worden opgesteld.

Mogelijk geeft een stof in het bloed of in het ruggenmergvocht van depressieve mensen een indicatie voor het ontwikkelen van Alzheimer of Parkinson. Professor Steinbusch: “We willen eerst onomstotelijk kunnen vaststellen of iemand aan een depressie lijdt. We behelpen ons nu nog met een vragenlijst, maar hebben behoefte aan een objectief meetinstrument. Daarom zijn we nu bezig met het ontwikkelen van een bloedtest, waarmee in een vroeg stadium kan worden vastgesteld of iemand aan een depressie lijdt.”

“Een depressie is een oranje knipperlicht dat aangeeft dat er mogelijk meer slecht nieuws op komst is. Vaak is het een voorbode van het versneld intreden van de ziekte van Parkinson of een andere vorm van dementie” schetst de professor het belang van het onderzoek. De medische wereld weet eigenlijk nog heel weinig over de biologische mechanismen in de hersenen die ten grondslag liggen aan deze ziekte. Waar de processen zich afspelen is wel duidelijk. Maar wat er precies gebeurt in de hersencellen als het fout gaat, is nog niet bekend. Vermoedens zijn er wel. De oorzaak van Alzheimer ligt mogelijk o.a. in een gestoorde bloedvoorziening van de hersenen. De aanmaak van serotonine en stikstofmonoxide, stoffen die zorgen voor het krimpen en ontspannen van de bloedvaten in de hersenen, staan mogelijk in relatie tot die bloedvoorziening in de hersenen.

Pathologisch onderzoek heeft al een overeenkomst tussen depressie en Alzheimer aangetoond, namelijk hyperactieve
CRH-neuronen. Het idee dat CRH-neuronen inderdaad een rol spelen bij depressie, wordt gesterkt door het feit dat antidepressiva de rol van dergelijke hormonen verminderen. Steinbusch verzamelt informatie waarmee de industrie straks nieuwe medicijnen kan ontwikkelen. “Een depressie blijft veelal onbehandeld”, zegt hij. “Een combinatie van praten en pillen kan al binnen vier weken effect hebben. Er bestaan nu ongeveer veertig verschillende antidepressiva vanwege de grote diversiteit aan depressies. Als het niet direct lukt met een medicament, moet iemand soms weer drie maanden wachten voordat hij met iets anders kan beginnen. Nu proberen we uit een kleine hoeveelheid speeksel een genetisch profiel van de patiënt te maken, zodat we kunnen zien voor welk middel men gevoelig is. ”


Dr. M. Mulder (afdeling Neurowetenschappen Universiteit Maastricht):
Voeding en de ziekte van Alzheimer

Risicofactoren voor de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer zijn leeftijd, genetische factoren en omgevingsfactoren, waaronder voeding. Voeding staat de laatste tijd sterk in de belangstelling. Het blijkt dat lager opgeleiden korter leven en een langere periode daarvan in slechte gezondheid dan hoger opgeleiden. Mogelijk is dit te wijten aan een verschil in voeding. Het lager opgeleid-zijn zou over het algemeen geassocieerd zijn met een ongezonder eetpatroon. De vraag is nu: kan voeding het verloop van de ziekte
beïnvloeden ? Zo ja, dan zou specifieke voeding ingezet kunnen worden in de preventie of vertraging van de ontwikkeling van de ziekte.

In 1885 heeft Ehrlich voor het eerst laten zien dat een kleurstof die in de bloedbaan wordt gebracht in het hele lichaam terug te vinden is, behalve in de hersenen en in ruggenmerg, samen het "centrale zenuwstelsel" genoemd. De bloed-hersen barrière voorkomt accumulatie van de kleurstof in de hersenen. De bloed-hersen barrière wordt gevormd door cellen rondom de vaten. De totale lengte van de bloed-hersen-barrière in het menselijk brein is ongeveer 600 km. Bij Alzheimer patiënten is dit minder. De bloedvaten worden bekleed door endotheelcellen. In de hersenen verschillen deze cellen met die in de rest van het lichaam; deze zorgen ervoor dat er geen ruimte tussen de cellen ontstaat zodat hier geen kleine deeltjes tussendoor kunnen. Dit komt omdat endotheelcellen in de hersenen zogeheten "tight junctions" vormen.
De bloed-hersen-barrière houdt echter niet alles tegen. Zo kan er bijvoorbeeld wel glucose, de brandstof voor de hersenen, vanuit het bloed de hersenen binnenkomen, en ook stoffen zoals alcohol, cafeïne, vitamines en dergelijke.

In 1993 is er voor het eerst een verband gelegd tussen cholesterol en de ziekte van Alzheimer. Sindsdien hebben de aanwijzingen zich alleen maar opgestapeld. De hersenen zijn het cholesterol-rijkste orgaan van het hele lichaam. Ze vormen 2% van het totale lichaamsgewicht, maar bevatten bijna 25% van alle cholesterol in het hele lichaam. In de hersenen wordt voortdurend cholesterol gesynthetiseerd en omdat het in het menselijk lichaam niet kan worden afgebroken en omdat hoge concentraties toxisch zijn vooral voor hersencellen, wordt het vanuit de hersenen in het bloed uitgescheiden. Uiteindelijk wordt het via de lever en de gal uit het lichaam afgevoerd. Een strikte regulatie van de cholesterol-huishouding is nodig voor optimaal functioneren van de hersenen. Indien deze verstoord wordt, leidt dit tot ernstige neurologische aandoeningen, waaronder de ziekte van Alzheimer. Risicofactoren voor de ziekte van Alzheimer zijn: leeftijd, vrouw zijn, hersen-trauma, hypertensie, diabetes.

Echter uit onderzoek blijkt dat cholesterol vanuit het bloed niet in de hersenen terechtkomt. Hoe zit het dan met andere vetten uit het dieet ? Hebben die wel invloed op de hersenen ?
Ja, zeker. Als een muis op een vetrijk dieet (bijv. McDonalds) wordt gezet kan dit leiden tot ernstige neuropathologie. Dit hangt echter wel af van de genetische achtergrond van de muis. In dit geval was er geen ernstige pathologie in een zgn. "normale" wildtype muis die langdurig een vetrijk dieet had gevolgd, maar wel in de hersenen van een muis die de cholesterol transporter "apoE" miste.
Een fout dieet kan dus wel degelijk hersenschade veroorzaken afhankelijk van de gevoeligheid. Het is duidelijk dat cholesterol vanuit het bloed normaal gesproken niet in de hersenen kan komen vanwege aanwezigheid van de bloed-hersen-barrière.

Hoe zit het dan met planten sterolen? Dit is het "cholesterol" dat planten synthetiseren en het verschilt in zeer geringe mate van cholesterol dat door mensen gesynthetiseerd wordt. Zoals u misschien weet, worden planten sterolen toegevoegd aan margarines om zo het cholesterol in het bloed te verlagen en de kans op hart en vaatziekte te verminderen. Omdat de structuur van planten sterol sterk lijkt op die van cholesterol werd algemeen verondersteld dat deze ook niet over de bloed-hersen-barrière zouden komen en dus niet in de hersenen. Echter wij vonden onlangs in een genetisch gemanipuleerd muismodel met hoge planten sterolspiegels in het bloed, dat er wel degelijk planten sterolen in de hersenen kunnen accumuleren. Ook bij een "normale" wildtype muis vonden we verhoogde planten sterolen in de hersenen na consumptie van een planten sterolrijk dieet.

Wat zijn de gevolgen van aanwezigheid van planten sterolen in de hersenen? Planten sterolen remmen ontstekingsprocessen wat gunstig zou kunnen zijn, maar aan de andere kant veroorzaken hoge planten sterol spiegels bloedingen, wat minder gunstig is.
Al met al kunnen we concluderen dat dieet een belangrijke factor kan zijn bij de ziekte van Alzheimer!

Ons onderzoek richt zich op dit moment op modulatie van de cholesterolhuishouding in de hersenen; is hersencholesterol metabolisme een therapeutisch doelwit dat gebruikt kan worden om de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer te voorkomen en/of te vertragen?
Door toediening van specifieke farmacie via een dieet is het ons gelukt om de cholesterolhuishouding in de hersenen te beïnvloeden en in samenhang hiermee het geheugen te verbeteren in een muismodel voor de ziekte van Alzheimer. In de toekomst willen we niet alleen farmacie onderzoeken, maar ook specifieke voeding die de hersenen cholesterol huishouding gunstig kan beïnvloeden.

Wat kan ik eten om mijn kans op de ziekte van Alzheimer te verminderen? Uit onderzoek zijn aanwijzingen naar voren gekomen voor gunstige effecten van anti-oxidanten (denk bijvoorbeeld aan bosbessen) alhoewel dit enigszins omstreden is. Er zijn wetenschappelijke aanwijzingen voor een gunstig effect van calorische restrictie en van consumptie van omega-3 vetzuren. Voldoende vitamine B6, B12 en B1 zou belangrijk kunnen zijn. Gunstige effecten van GingHko Biloba zijn beschreven, en recent bleek cafeïne beschermend te werken en het geheugen te verbeteren. Fysieke, sociale en in het bijzonder cognitieve activiteit blijkt ook beschermend te werken. Opgemerkt moet worden dat de hier aangehaalde onderzoeken over het algemeen gedaan zijn m.b.v. muismodellen voor de ziekte van Alzheimer. Of het ook werkt voor de mens zal nader onderzocht moeten worden.


Dr. Bart Rutten (afdeling Geheugenpoli Universiteit Maastricht):
De waarde van laboratoriumonderzoek en de geheugenpoli

Laboratoriumonderzoek bij de ziekte van Alzheimer is nodig om de oorzaken en de manieren te onderzoeken hoe de hersenen bij de ziekte van Alzheimer slechter gaan functioneren. De ziekte van Alzheimer wordt gekenmerkt door een geleidelijk verlies van hogere hersenfuncties zoals onthouden, plannen, organiseren, inzicht, uitvoeren van complexe handelingen etc. Het meest opvallend is het verlies van korte termijn geheugen. In hersenen van Alzheimer patiënten zijn twee kenmerkende pathologische structuren aanwezig; de zgn. seniele plaques en neurofibrillaire tangles. Daarnaast treedt verlies van neuronen op en is er vaak sprake van ontstekingsprocessen en vaatproblematiek. Het volume van Alzheimerhersenen is over het algemeen afgenomen.

Het is zeer belangrijk om te weten te komen hoe en waarom de hersenen slechter gaan functioneren, zodat er ook therapieën ontworpen kunnen worden om precies daarop in te grijpen. Bij dit onderzoek kan gebruik gemaakt worden van patiënten materiaal zoals bloed of hersenmateriaal ( dat na de dood verkregen wordt). Andere vormen van laboratoriumonderzoek vindt plaats met celkweken of proefdieren. Deze onderzoeksvormen zijn dan bedoeld als een model van bepaalde zaken die mis gaan bij de ziekte van Alzheimer en kunnen nooit alle facetten van de ziekte, zoals die zich bij mensen voordoet, imiteren. We vonden ook dat deze muis die apoE miste slecht presteerde in een taak voor leren en geheugen, nl. de Morris Water Maze. Hierbij moet de muis leren om een platvorm dat onder de waterspiegel is geplaatst in een tank met water te vinden. Zodra ze het platvorm hebben gevonden worden ze uit het water gehaald. Aangezien muizen niet van zwemmen houden, zijn ze erg gemotiveerd om te ontsnappen.


De slechte prestatie in deze taak laat zien dat een apoE-loze muis minder goed leert en een slechter geheugen heeft dan een "normale" muis met apoE.Technieken die toegepast kunnen worden in laboratoriumonderzoek zijn zeer gevarieerd en kunnen voorbeeld variëren tussen anatomisch onderzoek, moleculair biologisch onderzoek inclusief DNA onderzoek en gedrags-onderzoek.

De geheugenpoliklinieken zijn ambulante afdelingen waar verschillende disciplines zoals psychiaters en psychologen samenwerken om diagnostiek naar geheugenstoornissen uit te voeren. Zij voeren ook behandelingen uit. Ook zijn er geheugen-poli’s, zoals in het Academisch Ziekenhuis te Maastricht, die wetenschappelijk onderzoek doen. Het aantal geheugenpoli’s in Nederland is de laatste jaren fors gestegen. Bij de geheugenpoli komen vooral personen met lichte geheugenstoornissen of in een vroeg stadium van dementie. Bij deze mensen is de onderliggende ziekte voor de geheugenklachten nog niet duidelijk. Dit wordt in de geheugenpoli uitgezocht. Uitleg over de aard van de geheugen-klachten en tips en adviezen hoe hier mee om te gaan, komen altijd aan bod bij de begeleiding van mensen (en hun partner) met geheugenklachten. Ook biedt dit mogelijkheden om in een vroeg stadium van dementie een goede behandeling te starten om beter te in te spelen op eventueel latere problemen.

alzheimer, informatie, stichting, symptomen, dementie, behandelen