Europese onderzoeksgroepen hebben drie risicogenen voor Alzheimer ontdekt. Deze genen, die al bekend waren en waarvan de onderzoekers ook weten voor welke stoffen deze gecodeerd zijn, blijken van invloed te zijn bij het aanmaken van een eiwit dat de beschadigingen in de hersenen van Alzheimerpatiënten teweegbrengt. Bovendien is één van deze drie genen betrokken bij het doorgeven van informatie tussen de hersencellen.
De onderzoekers melden in hun bevindingen dat het opmerkelijk is dat de cholesterolhuishouding een belangrijke rol schijnt te vervullen in het instandhouden van de gezondheid van de bloedvaten (lees: het tegengaan van ontstekingen) in de hersenen.
Professor Christine van Broeckhoven (Universiteit van Antwerpen) geeft aan dat gen-vindingen vaak van grote invloed zijn op het vervolgonderzoek. Daar kan nieuwe medicatie uit voortkomen en dit kan ook leiden tot preventieve mogelijkheden om de ziekte te bestrijden. Sedert 1993 zijn ‘honderden’ genen onderzocht.
Op grond van het bovengenoemde verband tussen de cholesterolhuishouding en gezonde bloedvaten zou, aldus de professor, al preventief gewerkt kunnen worden op het gebied van voeding en bestaande medicatie.
Het kan nog 5 tot 10 jaar duren voordat de huidige inspanningen zich vertalen naar een medicijn of een behandelmethode. De bedoeling is dan om de eerste fase van de ziekte met bijvoorbeeld 5 jaar te kunnen vertragen.
Bron: De Volkskrant, NOS en RTL, 8 september 2009