Normaal Groter Grootst

Nieuws

Is Alzheimer te voorspellen?

Om de vooralsnog ongeneeslijke ziekte van Alzheimer ooit te kunnen behandelen, moet je er zeer vroeg bij zijn, lang voordat de klachten zich aandienen. Maar hoe kun je de ziekte zien aankomen? 

Blussen op een moment dat er nog geen vlammetje is te bespeuren, hooguit wat smeulend materiaal. Zo stellen experts zich de bestrijding van de ziekte van Alzheimer in de toekomst voor. Nog voordat de duivelse aandoening zijn verwoestende werk in de hersencellen kan doen, moet je hem al lam leggen. „Wat kapot gaat, kun je niet meer maken. Een herstel van de dode hersencellen zit er niet in”, zegt Pieter Jelle Visser (klinisch epidemioloog, werkzaam aan het Alzheimer Centrum Limburg - Universiteit Maastricht - en de Vrije Universiteit in Amsterdam).

Hij doet met collega’s in negen Europese geheugenklinieken en met Europees geld onderzoek naar een test om de gevreesde ziekte - die nog steeds met vele raadselen is omhuld - in een pril stadium aan te tonen. Dit aan de hand van een analyse van het hersenvocht, een vloeistof die met een ruggenprik wordt ‘afgetapt’. Recent publiceerden ze hun bevindingen in twee wetenschappelijke bladen, waaronder Lancet Neurology.

Toeval of niet: het regent de laatste tijd studies over vroegtijdige Alzheimer-screening. Een van de opvallendste is die van onderzoekers in het Duitse Heidelberg: zij tonen aan dat in een vroeg Alzheimer-stadium de zogeheten reukkolf en reukbaan in de hersenen verschrompelen. Simpel gezegd: de reukzin verdwijnt, op een moment dat andere Alzheimer-stoornissen als geheugenklachten zich nog maar in geringe mate voordoen.

Toch is het dan rijkelijk te laat, meent Visser. De vlammen slaan al uit het pand. Voor een goede therapie moet je naar het moment gaan dat de kiem voor de ziekte van Alzheimer wordt gelegd. Dat gebeurt wanneer twee eiwitten in het hersenvocht ontsporen en in de hersenen klonters (plaques en kluwens) gaan vormen. Hierdoor gaan hersencellen dood of werken ze slecht. In de test die Visser en zijn Europese vakbroeders gebruiken, worden naar de sporen van beide eiwitten in het hersenvocht gezocht. De resultaten van hun studie? Ja, bij de grote meerderheid van de mensen die slecht in geheugentesten scoren, bleken inderdaad ‘Alzheimer-sporen’ vindbaar te zijn. Dat gold ook in iets mindere mate voor de mensen zonder geheugenlek, maar met andere ‘verstandsklachten’ als concentratievermogen en taalvaardigheid. Na drie jaar bleek duidelijk dat beide groepen geestelijk achteruit waren gegaan.

Visser benadrukt dat met de uitslag van de hersenvochttest alléén geen vroege persoonlijke Alzheimer-prognose kan worden gegeven. „Dan zou je daarnaast ook bepaalde testen over het geestelijk functioneren moeten afnemen. Je kunt zodoende alleen maar stellen dat iemand veel kans heeft op Alzheimer. Maar wanneer deze persoon ernstige stoornissen krijgt, is niet te zeggen.”

Bron: Dagblad De Limburger / Wil Gerritsen, 8 juli 2009

alzheimer, informatie, stichting, symptomen, dementie, behandelen