Normaal Groter Grootst

Gerelateerde ziekten

De ziekte van Alzheimer kent een aantal gerelateerde ziekten:
Down-syndroom
Lewy body / Lewy-lichaampjes
Frontotemporale dementie
Vasculaire dementie
Parkinson

Down-syndroom
Hoewel de exacte relatie tussen beide aandoeningen nog niet bekend is, bestaat er wel een verband tussen de ziekte van Alzheimer en het syndroom van Down. De karakteristieke veranderingen die door de ziekte van Alzheimer in het hersenweefsel worden veroorzaakt, worden ook aangetroffen bij alle ouderen die aan het Downsyndroom lijden. Daarnaast komt het syndroom van Down meer voor in families waar ook de ziekte van Alzheimer vaker voorkomt. Het stellen van een diagnose bij het syndroom van Down is moeilijker door de al aawezige beperkingen van de verstandelijk handicap. In de praktijk blijkt het ziekteproces regelmatig in een gevorderd stadium te zijn als de uiteindelijke diagnose gesteld wordt. Een manier om dit te ondervangen is het afnemen van een zogenaamde base-line test. Deze test wordt periodiek herhaald.

Dementie met Lewy-lichaampjes
Dementie met Lewy-lichaampjes wordt ook wel aangeduid met de Engelse term ‘Dementia with Lewy bodies’ (DLB). Deze ziekte wordt gekenmerkt door het voorkomen van abnormale eiwit-verdikkingen in hersencellen. Deze zogeheten Lewy-lichaampjes worden dan met name aangetroffen in de hersenstam, in een klein gebied dat de bewegingscontrole aanstuurt. De symptomen van deze ziekte vertonen sterke overeenkomst met die van de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer. Hoewel DLB voor het eerst in 1961 werd beschreven, is de oorzaak nog steeds onbekend. Ook is er nog relatief weinig bekend over het aantal mensen dat DLB heeft. De eerste schattingen lopen daardoor sterk uiteen. Voor Nederland betreft het naar verwachting tussen 27.000 en 54.000 patiënten.

Frontotemporale dementie
De gevolgen van Frontotemporale dementie (FTD) worden op relatief jonge leeftijd merkbaar: meestal tussen het 50e en 60e levensjaar. De FTD-patiënt maakt in het begin van de ziekte een normale indruk. Naarmate de ziekte vordert, veroorzaakt aantasting van de frontale- of voorhoofdskwab van de hersenen veranderingen in het gedrag en in het contact met anderen. De oriëntatie in tijd en ruimte, het geheugen en de visueel-ruimtelijke functies zijn, in tegenstelling tot bij Alzheimerpatiënten, intact. Ingewikkelde handelingen, zoals autorijden zijn gevaarlijk doordat de patiënt snel wordt afgeleid, verkeerslichten volledig negeert of in te hoge of te lage snelheid rijdt. De gedragsveranderingen verschillen duidelijk in ernst en karakter ten opzichte van de veranderingen bij de ziekte van Alzheimer. Zo komen ontremming, apathie en zwerfgedrag veel vaker voor. Alzheimerpatiënten zijn daarentegen vaak angstig en/of geagiteerd. Naar schatting lijden ongeveer 3 tot 10 % van de dementiepatiënten aan een vorm van FTD. Andere vormen van frontotemporale dementie zijn progressieve afasie (PA), semantische dementie, FTD met motorisch voorhoornlijden en de ziekte van Pick.

Vasculaire dementie
Vasculaire dementie ontstaat als gevolg van een stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen. Er kan hierbij sprake zijn van een kapot bloedvat (hersenbloeding) of een verstopt bloedvat (herseninfarct). In beide gevallen raakt het hersenweefsel beschadigd. De symptomen zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de beschadiging. Van de naar schatting 180.000 dementerenden in Nederland lijdt circa 16% (29.000) aan vasculaire dementie. In 80% van deze gevallen is er sprake van een herseninfarct. De belangrijkste oorzaken van vasculaire dementie zijn hersenbloedingen, herseninfarcten, aderverkalking en hoge bloeddruk. Door een verstopping in de hersenen, ook wel een embolie genoemd, krijgen de dieper liggende delen van de hersenen geen vers bloed toegevoerd waardoor ze afsterven. De functies blijven echter intact, wel lijkt de patiënt een stuk trager te zijn geworden in zijn of haar reactie. Bij ernstigere vormen van vasculaire dementie kan ook de buitenkant van de hersenen, de zogenaamde hersenschors, beschadigd raken. Hierbij ontstaat een ziektebeeld dat sterk lijkt op dat van de ziekte van Alzheimer of de ziekte van Parkinson. Deze vorm van dementie en de ziekte van Alzheimer zijn niet strikt gescheiden, maar ze lopen in elkaar over. Waarschijnlijk hebben de vaatafwijkingen en eiwitophopingen een optel-effect: indien een persoon beide afwijkingen heeft, zal deze sneller achteruit gaan.

Parkinson
Na de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie is de ziekte van Parkinson de meest voorkomende oorzaak van dementie. Van de naar schatting 180.000 dementerenden in Nederland lijdt ongeveer 6% aan deze ziekte. Hoewel de ziekte van Parkinson ook op jongere leeftijd tot uiting kan komen, zijn de meeste patiënten ouder dan 50 jaar. De ziekte van Parkinson werd in 1817 voor het eerst beschreven door de Engelse arts James Parkinson. De oorzaak van de ziekte is tot op heden niet bekend.

Net als bij de ziekte van Alzheimer gaan ook bij de ziekte van Parkinson hersencellen verloren. Alzheimerpatiënten verliezen vooral hersencellen in de buitenste laag van hun hersenen, de zogenaamde hersenschors. Parkinsonpatiënten daarentegen verliezen hersencellen in een veel dieper in de hersenen gelegen gebied; de zogenaamde substantia nigra. Deze hersencellen produceren de stof dopamine, een neurotransmitter die een belangrijke rol speelt bij de aansturing van de spieren. Doordat de cellen afsterven wordt de bewegingsmotoriek van de patiënt aangetast. Dat komt tot uiting in een afwijkende lichaamshouding, spierstijfheid, ongecontroleerde bewegingen, sterk beven en traagheid in de beweging. Ondanks dat de symptomen met de jaren verergeren, kent de ziekte van Parkinson geen dodelijke afloop.

Gratis brochure aanvragen

 

alzheimer, informatie, stichting, symptomen, dementie, behandelen